Vaagtaal 2009
Net als vorig jaar is er ook dit jaar weer een vaagtaal-verkiezing van Tekstridder.
Eerder vandaag had ik het ook al gemeld op Twitter.
Wat zijn de kenmerken van vaagtaal?
Vaagtaal is makkelijk te herkennen, want teksten met vaagtaal:
- zijn vaag en onduidelijk
- staan vol omslachtige zinnen
- bevatten abstracte en verhullende woorden waar een eenvoudig en duidelijk alternatief voor is
- zijn afstandelijk en onpersoonlijk
- hebben een grote voorliefde voor de lijdende vorm
- barsten van de nietszeggende uitdrukkingen
- wemelen van de bijstellingen en bijzinnen
“Jeukterm” is wat mij betreft synoniem voor vaagtaal.
Waarom gebruiken mensen vaagtaal?
Misschien wel uit:
- luiheid – de schrijver hoeft nauwelijks na te denken over wat hij eigenlijk wil zeggen
- gewoontevorming – het past bij de bedrijfscultuur
- snoeverij – het klinkt gewichtig
- domheid – de schrijver heeft geen idee waar hij het over heeft
- slechtheid – de schrijver heeft iets te verbergen
Hieronder de lijst Vaagtaal 2009. Stemmen kan hier.
- frontaal onderwijs
- toegangsoplossing (een deur)
- streefbeeld
- handjes en voetjes geven
- toekomstbestendig
- stepped care model
- inregelen
- stakeholder (‘goed stakeholdermanagement is noodzakelijk om het werkveld tevreden te houden’)
- als mens/manager/politicus vind ik…
- out-of-the-box (‘denk nou toch eens een keertje out-of-the-box!’)
- proactief (‘de nieuwe medewerker moet natuurlijk wel proactief zijn’)
- rond (‘een studiedag rond bejaardenzorg’)
- alle neuzen dezelfde kant op
- letterlijk (iemand zegt ‘letterlijk’ maar bedoelt het figuurlijk)
- doorcommuniceren
- probleemeigenaar
- oké (als tot niets verplichtende standaardreactie uitgesproken met een lange -e, okéééé)
- definitief eindconcept
- flankerend beleid
- duurzaam
- transparant (‘transparante besluitvorming’/'transparant beleid’)
- beleidsbeleid
- in principe (‘in principe ben ik er niet voor, maar ja, als manager moet ik wel’)
- niet ondenkbeeldig
- bespreekvoorstel
- dicht bij jezelf blijven
- kwalitatief goed (‘dit is een kwalitatief goed idee’)
- beleidsresistent
- input-throughput-output
- competence centre
- randvoorwaarde (ook wel: ‘aanvullende randvoorwaarde’)
- bekostigingsprikkel
- linksom of rechtsom (als je iets wilt bereiken, maar echt geen idee hebt hoe je dat moet aanpakken)
- hands-on (‘hij heeft een hands-on mentaliteit’)
- zeg maar
- zijn verantwoordelijkheid nemen
- maatstafconcurrentie
- kracht (‘in je kracht zitten/blijven’)
- competentie (ook wel: ‘kerncompetentie’ of zelfs ‘core competence’)
- ergens een plasje over doen (je zegje willen doen, goedkeuring geven)
- kantelen (‘de organisatie kantelen’)
- aanvliegen (‘een probleem aanvliegen’)
- kennistransfer (ook wel: ‘knowledgetransfer’)
- denkkader
- pijplijnoverleg
- ding (‘dit is niet zo mijn ding’/'je moet je ding doen’)
- een stukje (‘een stukje verwerking/tevredenheid/beleid’)
- meersporentraject
- inbedden (‘we moeten het goed in de organisatie inbedden’)
- verwonderpunt
Meer?
Vaagtaal.nl.
Het Vaagtaal blog.

